Jan van Rest: In het gips

Gepubliceerd op: 27 december 2018 15:30
Gewijzigd op: 27 december 2018 14:51

Nieuwsbericht door: Mandy Meeuwsen
Gepubliceerd in: Voorpagina,

Het is 1996 en ik zit met een geknapte Achillespees op een camping bij Apt in Zuid -Frankrijk. Gelukkig ben ik niet alleen, mijn goede gade en mijn zoon Fons zijn er ook; zij mankeren niets. Wat nu? Het ANWB-steunpunt in Lyon wordt gebeld, voor hulp en advies, want duidelijk is wel dat ik in een ziekenhuis dien te belanden. Maar kan Jeanne alleen, met Fons op de achterbank, en de caravan aan de trekhaak naar huis rijden? Dat ziet ze niet zo zitten. Een oplossing wordt gevonden: Jeanne zal een ANWB-chauffeur krijgen die het circus naar huis gaat brengen, en voor mij komt de volgende dag een ambulance de camping oprijden om me op het vliegveld van Marseille af te leveren; op weg naar het ziekenhuis in Helmond. Ik moet op een brancard liggen, en kan via de achterruit van de ambulance van het uitzicht genieten. Over de hellingen van de Luberon: prachtig. Hoog boven alles uit de witte top van de Mont Ventoux. Nog nooit zo scherp afgetekend als nu; een waardig afscheid van twee weken in de Provence. Op het vliegveld word ik in de KLM-Cityhopper op de voorste stoel gedrapeerd en heb zo, omdat de deur naar de cockpit openstaat, oogcontact met de bemanning. Tussen cockpit en de cabine staat als een frisse lente fee de hostess de passagiers te ontvangen.

De mistral komt recht naar binnen en waait haar rokken op. We hebben allemaal goeie zin. Het toestel draait Noordwaarts het Rhonedal in. Rechts ontvouwt zich een fenomenaal panorama: heel de westelijke Provence ligt voor me; velden, bossen, bergen dorpen; dit alles aan de Noordelijke kant afgesloten door het massief van de Mont Ventoux.  Op Schiphol staat een taxi klaar die mij naar het Elkerliek ziekenhuis brengt. Ook deze tocht is een groot feest, de chauffeur is een geboren verteller en veel hilarische gebeurtenissen uit zijn praktijk, passeren de revue. Om 21 uur lig ik in het Elkerliek onder een papagaai met daarop televisie en telefoon. Eerst maar eens Apt gebeld. Mijn vrouw klinkt opgewekt en ook Fons heeft zijn zaakjes onder controle. Er is veel hulp en aandacht van medekampeerders; de volgende dag zal er een chauffeur komen om haar, Fons en het circus naar huis te rijden. Jeanne wordt ook goed geholpen bij het reisvaardig maken van de caravan. ‘s Avonds krijg ik al bezoek; zoon Robert komt vanuit Venlo zijn vader bekijken. Ik pleeg enkele telefoontjes naar familie en vrienden in Helmond. Het gevolg is dat de volgende dagen het aantal boeketten rond mijn bed toeneemt. Het is maandag en om half elf kom ik op de operatiekamer en om elf uur is alles achter de rug: ruggenprik, operatie en gipsen. Ook dit is weer een verkwikkend gebeuren, want tijdens de ingreep kan ik wat mee buurten over vakantiebelevenissen en over het snijwerk waar men mee bezig is. Het hilariteitsgehalte neemt toe. “Mensen, jullie zijn toch wel serieus bezig, hoop ik?” “Bende gek, mijnheer Van Rest, wij werken hier toch voor ons plezier.” Dat stelt mij gerust. ‘s Avonds bel ik de camping en hoor dat Jeanne en Fons vertrokken zijn. Als er dinsdag rond zes uur gebeld wordt, blijkt het Jeanne te zijn, die net thuis gekomen is. Even later is ze in het ziekenhuis, opgewekt, maar bekaf. Ze had overnacht op een parkeerplaats bij Macon, de chauffeur in het aanpalende hotel. Ze vertelde van het grote, maar erg vermoeiende medeleven op de camping. Ze keek wat vreemd op toen ze mij tussen al die bloemen zag liggen; eigenlijk had Jeanne die verdiend, vond ik ook. En ze kreeg nog drukke dagen om de caravan leeg te ruimen. Maar goed, op het eind van de week kwam ik thuis, weliswaar in loopgips, maar alles was toch weer aardig op zijn pootjes terecht gekomen.

Jan van Rest 


Dit nieuwsbericht is 148 keer bekeken

X
X