Nieuws

Karelstein staat nog steeds als een huis

Door Adcommunicatie - Weekkrant De Loop Helmond

Aan de Kanaaldijk Noord West, ter hoogte van de Kleine Overbrug, staat Huize Karelstein. Het werd gebouwd in 1840 door jonkheer Carel Theodoor van der Brugghen, die het vernoemde naar zijn grootvader. Naast het huis stond een bedrijfsruimte waarin onder andere Piet de Wit een textielbedrijf startte. Later was er de strohulzen en kartonnagefabriek Van Dam gevestigd. Het nu als kantoor in gebruik zijnde huis, is vaak van eigenaar verwisseld. In 1991 werd er brand gesticht en blakerde het van origine witte gebouw gitzwart. Daarna is het, zij het niet in authentieke stijl, hersteld.

De geschiedenis van Karelstein gaat terug tot in de achttiende eeuw, toen het grondgebied waarop het huis werd gebouwd nog deel uitmaakte van de heerlijkheid Croy en Stiphout. De heer van Croy, Johan Carel van der Brugghen, breidde zijn bezittingen in 1792 uit, met gronden van de voormalige Abdij van Binderen. Hij promootte, evenals Carel Frederik Wesselman van Helmond, de landbouw en veeteelt. Samen hoopten zij de economische toestand in de streek een nieuwe impuls te geven. Daartoe bouwde de jonkheer op het terrein van de voormalige abdij een schaapstal en verbeterde hij de schapenteelt. Door de aanleg van de Zuid-Willlemsvaart (1825-1829) werd het goed door midden gesneden en dus moeilijker bereikbaar. Daardoor was hij genoodzaakt zijn schapenfokkerij naar de westzijde van het kanaal over te brengen. De Binderse schaapstal werd in 1941 tot kapel ingericht en toegewijd aan Onze Lieve Vrouw van Binderen Lelie onder de Doornen.

Omdat hem de kwaliteitsverbetering van de wol en de verwerking daarvan interesseerde, bouwde hij op de grens van Helmond en Aarle-Rixtel een woning met bedrijfsruimte die als garenververij werd ingericht. In 1839 erfde zijn zoon Carel Theodoor het domein waarop het huis en de ververij stonden en liet er ‘ene kapitale huizinge Karelstein’ bouwen, dat hij vernoemde naar zijn grootvader. In 1875 werd het pand gesplitst zodat er twee gezinnen konden wonen. Het rechter gedeelte behield de naam Karelstein, het linker werd ’t Witte Huis genoemd. Het huis telt van oudsher twee bouwlagen. Beide ingangen zijn via een stenen trapje bereikbaar. Het pand heeft door de classicistische stijl een grote architectuurhistorische waarde. Door de situering aan de Zuid-Willemsvaart is het huis nauw verbonden met de ontwikkeling van Helmond als industriestad.

‘t Witte Huis, het eigenlijke herenhuis, heeft velerlei bewoners gehad. Het werd eens bewoond door de bierbrouwer Gradus Nikkelen, die er tot na het overlijden van zijn vrouw verbleef. Nikkelen was een huisvriend van Freule Constance van der Brugghen, onder zijn leiding werd het bekende Croy Bier gebrouwen. Het pand werd ook bewoond door het echtpaar Lulofs-Drossaart, de ouders van Pieter Karel Lulofs een scheikundige met grote vermaardheid. Een latere bewoner was de bekende onderwijzer, historicus en journalist Jac Heeren, die immer trachtte de plaatselijke geschiedenis door te geven en anderen hiervoor enthousiast te maken.

Industrie

Diverse ondernemers hebben getracht er een inkomen te verwerven. Het streven mislukte vaak door incompetentie of een tekort aan kapitaal. Niettemin kent Karelstein een rijk industrieel verleden. Naast het huis werd kort na de voltooiing van de Zuid-Willemsvaart, een werkhuis gebouwd waarin een turksroodververij was gevestigd. Nadien richtten twee Amsterdamse ondernemers, De Bruine & Kiersch, er een wolfabriek op. Enige jaren later werd het gebruikt voor de bontweverij van de firma ‘Fischer Blom’. Deze verkocht het aan Peter de Wit, textielfabrikant en voorloper van de Helmondse Textiel Maatschappij (Hatéma).

‘Niettemin kent Karelstein een rijk industrieel verleden’

Erg succesvol was de onderneming niet. In 1887 toen de bedrijfspanden leeg stonden, vestigde Piet de Wit er de ‘Bontgoederenfabriek Piet de Wit en Zoon’. Omdat het bedrijf meer kapitaal nodig had stak jonkheer Emile Wesselman van Helmond er 30.000 gulden in, een investering waar hij weinig van terug heeft gezien. Na Piet’s verscheiden kwam de bedrijfsleiding in handen van zijn zoon Peter. Met nieuw kapitaal werd de ‘Nederlandse Textielindustrie v/h Piet de Wit en Zn’ opgericht met een maatschappelijk fortuin van 500 mille. Bij akte van 14 april 1898 werd de oprichting een feit en in datzelfde jaar was de nieuwe onderneming bedrijfsklaar. Het was een van de modernste weverijen van het land waarover De Telegraaf schreef: “Deze weverij is de eerste in ons land, die geheel elektrisch is ingericht”.

Het bedrijf was nog niet zo lang operationeel toen door enkele crediteuren het faillissement werd aangevraagd, dat bij vonnis van 2 april 1900 werd uitgesproken. Nadat Peter de Wit uit het bedrijf was gezet, draaide het bedrijf onder toezicht van de Raad van Commissarissen nog een korte tijd door. De grootste aandeelhouders kochten het bedrijf bij een publieke veiling op, daarna stonden de bedrijfsgebouwen lange tijd leeg. Het complex werd gekocht door de firma ‘Stam en Van Dam’, de voorloper van het huidige ‘Smurfit Kappa’, die er met een strohulzen- en kartonnagefabriek startte. In 1912 werd deze vennootschap opgeheven en werd Abraham van Dam eigenaar. De oude fabriek werd omstreeks 1920 afgebroken en korte tijd later herbouwd. In 1931 brandde het pand deels af, werd daarna in moderne stijl herbouwd en meerdere keren uitgebreid. Vanaf 2007 is Smurfit Kappa gevestigd op het bedrijventerrein ‘Zuidoost Brabant’.

Karelstein is verschillende keren verkocht en werd in 1990 uiteindelijk eigendom van de firma Glass Deco. Op 16 december 1999 werd er brand gesticht wat grote schade aan het monumentale pand aanrichtte. Het werd echter weer in volle glorie hersteld, zij het niet helemaal in de oorspronkelijke stijl. Het maakt nu deel uit van het nieuwbouwproject ‘De Groene Loper’. >>>Reageren op dit verhaal? Schrijf naar redactie@deloop.eu

|Doorsturen





Digikrant