Nieuws

Zestig jaar priester Jo van Kessel

‘Ik heb me altijd goed gevoeld in deze gemeenschap’

Door Adcommunicatie - Weekkrant De Loop Helmond

In de St. Trudokerk in Stiphout wordt zondag 18 juni het 60-jarig priesterjubileum gevierd van pastoor Jo van Kessel. De H. eucharistieviering is om 10.30 uur in de St. Trudokerk, waarna er een receptie is in de pastorietuin. In aanloop naar het jubileum wordt door de redactie van weekkrant De Loop vanzelfsprekend een bezoekje gebracht aan de krasse tachtiger, die al sinds 1976 in Stiphout als pastoor de parochie St. Trudo leidt.

‘Och ja, het interview, natuurlijk wist ik ervan, maar ik had er helemaal niet meer aan gedacht,’ glimlacht pastoor Jo van Kessel, als hij mij ontvangt in zijn kamer. Hij vertelt vlotjes over zijn jeugd en hoe hij ertoe is gekomen om net als vier van zijn broers priester te worden. ‘Ik ben een van dertien kinderen, mijn ouders kregen 11 jongens en 2 meisjes en ik ben de op één na jongste. Vroeger moest je minimaal eenmaal per week naar de kerk en als telg uit een katholiek gezin, werd ik al snel misdienaar. Ik had heel veel achting voor de pastoor en ook bewondering. De pastorie stond altijd voor ons open, wellicht dat het iets te maken had met dat er al vier broers van mij in de priesteropleiding zaten, maar ik voelde me altijd welkom. Ik besloot ook om priester te worden. Ik wilde net als onze pastoor ook iets voor de mensen betekenen en een vertrouwensfiguur voor de gemeenschap worden.’ Zijn ouders waren er natuurlijk trots op dat vijf zonen priester werden, maar ze misten met het grote gezin ook wel de hulp op de boerderij. ‘Ja, mijn vader vroeg wel eens toen ik nog op de opleiding op het seminarie zat en dan in het weekend thuis was: ’Wat doe je nu, ga je terug of blijf je op de boerderij, ik kan wel wat hulp gebruiken?’ Twee broers zijn in de missie terechtgekomen en een broer is uitgetreden en alsnog getrouwd. Jo en nog een broer werden pastoor. Hij is geboren in het dorp Dinther maar dit behoorde bij de parochie Vorstenbosch. In de abdij van Berne in Heeswijk, bij de Norbertijnen doorliep hij het gymnasium. ‘De opleiding is lang: na het gymnasium ging ik 1 jaar naar het klein seminarie in Haaren bij Oisterwijk en daarna nog 5 jaar naar het groot seminarie in St. Michielsgestel. In 1957 werd ik op zaterdag na Pinksteren, dat was altijd op die datum, tot priester gewijd. Ik denk dat we destijds met zo’n 25 mannen tegelijk tot priester werden gewijd.’ Dat was dus op 15 juni 1957. Uiteraard waren zijn ouders erbij; als er in een gezin een zoon tot priester werd gewijd, dan was dat groot feest. Van Kessel lacht met glinsterende ogen als hij zich herinnert: ‘Mijn moeder had een hekel aan reizen, ze bleef het liefste thuis. Toen ik tot priester werd gewijd, zei ze tegen me dat ze niet naar mijn priesterwijding zou komen. Toen antwoordde ik: nou, dan gaat de priesterwijding ook niet door! En natuurlijk was ze erbij, het was een grapje van haar.’ Op de vraag of hij het niet moeilijk vond om celibatair te leven antwoordt de pastoor glimlachend: ‘Natuurlijk zijn wij ook gewoon mensen, maar je kiest voor een bepaalde taak en dit hoort bij die taak.’

Kapelaan, pastor en pastoor

De jonge priester werd al snel opgeroepen door de bisschop. ‘Je kon worden opgeroepen voor de functie van kapelaan of rector bij de zusters. De Bisschop heeft me gevraagd om kapelaan te worden in Reusel, ik was toen 26 jaar. Als kapelaan was je veel met de jeugd bezig. Mijn taken werden zodoende afgestemd op mijn jeugdige leeftijd. Ik ben daar vijf jaar geweest. Ik kreeg toen bezoek van bisschop Bekkers. Deze vertelde dat hij plannen had om mij binnenkort elders te benoemen en toen kwam ik in Eindhoven, in de St. Joseph parochie waar ik 14 jaar kapelaan ben geweest. In die tijd verdween de naam kapelaan en deze werd vervangen voor pastor. Uiteindelijk werd ik in 1976 gevraagd om in Stiphout pastoor te worden.’ Op de vraag of het zoveel anders is om pastoor of kapelaan te zijn, geeft Van Kessel bevestigend antwoord: ‘Je kijkt ernaar uit om pastoor te worden. Je moet je voorstellen dat je als kapelaan eigenlijk net als een student op kamers woont. Je woont in de pastorie bij de pastoor in huis. Je hebt je eigen kamer, maar als je familie of vrienden wilt ontvangen, moet dit gebeuren in de spreekkamer van de pastoor. Zodra je zelf tot pastoor bent benoemd, dan heb je de pastorie als huis tot je beschikking, dus heb je dan pas je eigen huis. Zodra ik hier met mijn zussen en broers mijn spulletjes had neergezet, hebben we er een glaasje wijn en bier op gedronken en ik zei: ‘t is gek, maar ik voel me meteen thuis hier!’ Je moet je voorstellen dat je midden 40 bent, een goede studie achter de rug, een fulltime baan en dan pas je eigen woning! Ik vond het direct erg fijn hier!’ Ook door de Stiphoutenaren werd hij direct geaccepteerd: ‘Ik heb me altijd goed gevoeld in deze gemeenschap, ik voelde me meteen opgenomen in hun midden. Ik heb altijd het gevoel gehad dat de parochianen me wel mogen. Ze vertrouwen me hun zorgen en problemen toe, storten hun hart uit.’ Toen hij de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar had bereikt heeft hij zijn functie officieel ter beschikking gesteld, om plaats te maken voor een andere priester maar de bisschop wenste hem te behouden voor de Stiphoutse parochie. Hij werd toen emeritus pastoor en is er na 20 jaar nog steeds. Het priesterschap heeft hem gebracht wat hij ervan verwachtte, vertelt hij overtuigend. ‘Ja, mijn idee was dat ik als priester een vertrouwensfiguur zou zijn te midden van de parochie en ik denk dat me dit wel gelukt is. De mensen vertellen me dingen waar niemand van hoeft te weten en luchten hun hart. Natuurlijk valt me dat niet altijd mee: vrouwen die bijvoorbeeld vertellen over een bepaalde thuissituatie met hun echtgenoot, die zaken raken me, maar ik kan er weinig aan veranderen. Alleen een luisterend oor, helpt hen soms dan al. Ook parochianen die jong overlijden of die te maken krijgen met een familielid dat jong komt te overlijden, dat zijn zaken die hem erg raken. Hij biedt hen dan een luisterend oor. ‘Wat denk je bijvoorbeeld, al iemand bij een ongeval is overleden en ze vragen dan aan mij om het aan de familie te gaan vertellen, dat is een zeer moeilijke taak!’ Ondanks alle werkzaamheden als pastoor zoals ziekenbezoek thuis en in het ziekenhuis vindt hij tijd om af en toe een stukje te fietsen. Op de vraag of hij denkt nog lang pastoor te kunnen blijven antwoordt hij weer met een lach en wijst op zijn voorhoofd: ‘Het hangt natuurlijk van de wens van de bisschop af. Maar zolang ik fit ben en hierboven goed bij blijf en de mensen mij accepteren als pastoor, zal ik dit werk met veel plezier blijven doen.’

Jubileumfeest

Dankbaar is Jo van Kessel voor alle hulp die hij mag krijgen van de vrijwilligers in zijn parochie. Alle medewerking van hen steunt hem in zijn mening dat de gelovigen in zijn parochie hem waarderen. Het kerkbestuur organiseert zondag het jubileumfeest voor hem. Zondag is de H. Mis om 10.30 uur in de Trudokerk en daarna een receptie in de pastorietuin. Voor Van Kessel was het niet direct nodig geweest om een feest te vieren, hoewel hij wel begrijpt, dat ze dit doen, zestig jaar is immers een lange periode. Mocht hij cadeautjes krijgen zal hij het geld schenken aan het MOV voor de missie, waar ze het geld hard nodig hebben. Iedereen is zondag van harte welkom om de pastoor te feliciteren met zijn priesterjubileum.

|Doorsturen



Digikrant