Nieuws

Daar zat ik dan…

Door Adcommunicatie - Weekkrant De Loop Helmond

Er knapte iets met een knal in mijn voet toen ik het op een hardlopen zette om nog droog bij de caravan te komen. Het onweer was onverwacht losgebarsten, toen we na gedane boodschappen bij de camping arriveerden. Ik kon niet meer verder draven en later op de dag constateerde men in het ziekenhuis van Apt (Vaucluse; uiterst zuidoost Frankrijk) dat ik mijn achillespees gebroken had. Dit euvel moest wel met spoed gerepareerd worden; een gebroken pees vereist snel ingrijpen. In het ziekenhuis blijven? Of zo snel mogelijk in Elkerliek in Helmond zien te komen? We kozen voor het laatste. Makkelijker gezegd dan gedaan! Mijn vrouw zag het niet zitten om met auto, plus caravan, plus zoon, alleen vanuit zuid Frankijk naar huis te rijden; dus werd de hulp van de ANWB ingeroepen. Na enig getelefoneer werd dat geregeld. Na een dag kwam er ’s zondags een ambulance de camping oprijden; ik werd onmiddellijk tot patiënt gebombardeerd, mocht niet meer lopen, werd vastgesnoerd op een brancard en in de ambulance geschoven in gezelschap van een alleraardigste verpleegster. Via het venster in het achterportier had ik een prachtig uitzicht op de omgeving. Vervolgens ging de rit naar het vliegveld van Marseille. Je rijdt dan door de Luberon een prachtig gebergte, dus het was genieten geblazen. Op het vliegveld stond een Cityhopper voor de vlucht naar Amsterdam. Een klein minpuntje was, dat de verzorging hier ophield en dat ik op eigen kracht de vliegtuigtrap moest zien op te komen. Ik kreeg twee stoelen tot mijn beschikking en zat dus riant. De vlucht was van een fenomenale schoonheid: over de Luberon, over de paradijselijke Provence en zelfs over de machtige Mont Ventoux. Toen we op Schiphol landden stond, daar een taxi klaar om me naar Helmond te brengen. De taxichauffeur was een man vol sterke verhalen, dus het schoot allemaal lekker op. Hij vertelde dat hij ’n keer iemand uit een ziekenhuis in Parijs moest ophalen; die man was met de auto gekomen, had deze in een parkeergarage gestald, maar was de garage vergeten. Had hij een uur met die man op zijn rug door Parijs gelopen op zoek naar z’n garage. Het verhaal hoefde niet waar te zijn, maar het werd wel mooi verteld. Voordat ik in het ziekenhuis werd afgeleverd, reden we even langs vrienden om te laten weten dat ik weer in het land was. In het ziekenhuis had ik de tijd aan mezelf en ging wat telefoneren naar wie het moesten weten. Intussen zaten mijn vrouw en zoon nog op de camping. Gelukkig hadden zij veel steun van medekampeerders die hielpen met het inpakken van de voortent en het gereedmaken voor vertrek, dat de andere dag zou plaatsvinden. Inderdaad kwam de andere ochtend iemand met een rolkoffer die zich voorstelde als de chauffeur die zou zorgen dat ze thuis kwamen. Zij hadden goed afscheid genomen van de leiding van de camping, die ons goed geholpen had, en van behulpzame collega medekampeerders en daar gingen zij op huis op aan. Het was twee dagen rijden; onderweg werd er overnacht in de caravan op een parkeerplaats bij een hotel, waarin de chauffeur zijn heil zocht. En de andere dag ging het circus verder huiswaarts. De chauffeur bracht mijn vrouw en zoon keurig in Helmond, waarna hij naar het station gebracht werd, zodat hij ook weer thuis kon komen. Toen pas kon ze naar mij in het ziekenhuis komen, waar ik pontificaal tussen de al ontvangen bloemen lag, zoals dat past bij een patiënt. Die bloemen verdiende eigenlijk mijn vrouw; zij had drie toch wel lastige dagen achter de rug, terwijl ik weinig anders gedaan had dan genieten. Een dag, of een paar dagen later, volgde de operatie aan mijn been. Ik kon de heren medici volgen bij hun overleg over hun aanpak van het probleem. Het ging er nogal opgewekt aan toe. “Heren, u bent toch wel serieus bezig?” vroeg ik ze. “Mijnheer Van Rest, wij werken hier voor ons plezier en we maken er het beste van.” En inderdaad, het been zit er nog aan en ik kan er alle kanten mee op.

|Doorsturen





Digikrant